Slim onderpresteren in beeld

November 17, 2016

Alle kinderen starten met een leergierigheid om U tegen te zeggen. Jonge kleuters lijken maar niet genoeg te krijgen van de vele antwoorden op de "waarom"-vraag. Komt er een technieker in huis, dan krijg je ze niet weg van bij al dat interessante gebeuren daar bij die wasmachine: wat is die meneer toch aan het doen? En hoe boeiend kan de motor van een droogkast zijn!

 

Jonge kinderen zijn creatief in hun leergierigheid, ze hebben bakken energie, willen ALLES tegelijk weten en leren kennen. Het zijn sponsen, zo merkte ik zelf bij het opvoeden. Je zou willen dat ze dit enthousiasme nooit meer kwijtgeraakten... en toch is het net dat wat in de eerste plaats gebeurt bij onderpresteren: het kind is zijn enthousiasme kwijt. Deze week heb ik een fragment voor je uit mijn eerste boek De slimme Onderpresteerder.

 

Van leergierige peuter tot apathische puber:
de evolutietheorie bij slimme onderpresteerders

Een slimme onderpresteerder start steeds als nieuwsgierige en uiterst leergrage kleuter. Alleen zien we dat enthousiasme al snel verwateren. Het gaat te traag op school, ze moeten vaak wachten, ze kennen de leerstof al, er is te veel herhaling,... Sommige van deze kinderen gaan afstemmen op de middelmaat, die worden immers beloond voor hun inzet. En ook dit kind wil graag een schouderklopje. Kinderen willen liefst niet opvallen. Door zichzelf te zijn zien ze de juf haar wenkbrauwen optrekken, ze merkt dat het kind anders is. Dus gaan ze zich aanpassen aan de norm.

 

Andere kinderen gaan rebelleren in gedrag naar buiten toe of keren zich in zichzelf. Ik krijg kinderen aangemeld die als erg lastig te boek staan. De leerkracht weet er geen blijf mee. Al snel wordt geopperd of er niet meer aan de hand is met dit kind.

 

Pierre (10) werkt zodanig op de zenuwen van de juf van het eerste leerjaar dat zijn agenda meer rode dan blauwe inkt vertoont. Het kind gaat na een half jaar ook helemaal niet meer graag naar school. Hij had ongelooflijk hoge verwachtingen bij de start van het eerste leerjaar. Lezen, schrijven, rekenen, hij verkondigde het een zomer lang aan iedereen die het horen wilde. Aan de kerst is de goesting over. School is saai en er lopen volgens Pierre veel stoute kinderen rond. Pierre wordt aangemeld voor sociaal-emotionele begeleiding, het kind blijkt zo ontmoedigd dat moeder zich danig zorgen maakt. Na uitgebreide verkenning sluit Pierre aan bij het 2e leerjaar. Hij geniet van deze sprong en zet zich opnieuw in.

 

Mia (14) maakte de overstap van een dorpsschooltje naar een groot college, dit tegelijkertijd met de al niet te onderschatten stap van basisonderwijs naar middenschool. Ze presteert op een zeer hoog niveau, maar stopt met eten. Ze wordt omschreven als een perfectionist die mogelijk faalangstig is.


Mia geeft in de begeleiding aan dat de leerkrachten denken dat zij veel uren studeert. Ze merkt dat ze eigenlijk weinig tijd nodig heeft om tot een goed resultaat te komen. De stress die zij ervaart komt niet van het studiegedeelte, maar wel van de sociale druk die op haar ligt.

 

Slimme onderpresteerders tonen zelden wie ze echt zijn. Ze zijn de verbinding met zichzelf kwijtgeraakt en vinden vaker geen aansluiting bij de leerstof. Er zit een breuk tussen wat de leerkracht aanbrengt en van hen verwacht en wat ze er zelf van maken. De afstemming ontbreekt waardoor beiden een eigen taal spreken. De leerkracht verwacht een bepaald antwoord op een vraag. Hij vertrekt hierbij vanuit de leerdoelstellingen, zijn voorbereiding, het handboek. De leerling ‘ziet’ het niet waardoor die naast de kwestie antwoordt. De verbinding met de leerstof ontbreekt, de leerkracht oordeelt dat de leerling het niet kent of niet heeft gestudeerd. Er volgt een opmerking. Dit is een veelvoorkomend fenomeen in de schoolcarrière van een slimme onderpresteerder. Het is nu eenmaal zo dat er moet getoetst of de aanpak effect heeft gehad. Hiermee is ook niets mis. Alleen is de onderpresteerder mogelijk de verbondenheid met leren, de school, een vak, onderweg kwijtgeraakt.

 

Leerkracht en leerling spreken niet dezelfde taal

Een andere reden waarom het op school vaak niet blijkt te lukken heeft met onderwijstaal te maken. Leerkracht en leerling spreken alsnog niet eenzelfde taal. Wat de leerkracht bedoelt komt bij de slimme onderpresteerder niet over. Jongeren vertellen mij dat zij regelmatig de boodschap niet kunnen ontcijferen. Ze zoeken het te ver, hanteren een andere logica, lezen en blijven lezen, herkennen de opdracht er niet in en begrijpen dus niet wat ze nu precies moeten doen. Niet elke leerkracht merkt op dat het hier om een afstemmingsprobleem gaat. De leerling krijgt daardoor de indruk dat het aan hem ligt, de slimme onderpresteerder gaat ervan uit dat hij dommer is dan de rest. Hij vergelijkt zich met de anderen in de klas die wel aan de slag gaan. Zij lijken blijkbaar goed te begrijpen wat er van hen verwacht wordt. Ze slagen erin om degelijke prestaties neer te zetten. De stap naar ‘het zal wel aan mij liggen, zeker?’ is snel gezet.

 

Elise (17) kan gevat en snel inzichten meegeven, terwijl ze op andere momenten niet blijkt te snappen waar de vraag over gaat. Dit heeft bij haar een verlammend effect, ze kan op toetsen veel tijd verliezen door te proberen in te schatten wat de leerkracht nu als een correct en volledig antwoord zal beschouwen.

 

Mijn interesses zijn anders dan die van jou

Slimme onderpresteerders missen ook vaak de aansluiting met de leerstof doordat ze andere interesses hebben. Het zal je maar overkomen in de kleuterklas dat jij letters en taal wil doorgronden en er rondom jou alleen maar gekleurd wordt. Interesse is een belangrijke motor in de motivatieformule van Van Hoof en Van den Broek (2012). In het ervaringsgericht onderwijs is interesse de facilitator. In mijn werk zie ik interesse zelfs als een katalysator. Jongeren met aandachtsproblemen slagen er opeens wel in om zich langere tijd te concentreren en zelfs vol te houden wanneer de interesse goed zit.

 

slim onderpresteren aanpakken: creëer een uitnodigende context

Wat in de praktijk vaak over het hoofd wordt gezien is dat het kind zal presteren binnen een uitnodigende context. Slimme onderpresteerders hebben begeleiders nodig die hen op weg helpen, hen concrete feedback geven die gericht is op een betere prestatie. Als de leerling niet levert, moedig ik je aan om eerst te kijken hoe jij het zelf anders en beter kan uitleggen opdat deze leerling vooruit kan.

 

 

Share on Facebook