Brussen van hoogbegaafden

December 8, 2016

Alicia, Mia, Victor en Willem hebben allemaal een hoogbegaafde in het gezin. Zelf beschouwen ze zich niet als hoogbegaafd, toch zijn ze op zijn minst zeer intelligent en high achievers. Ze functioneren zeer goed in het schoolse systeem, behalen hoge punten en worden door hun leerkrachten als ideale leerling omschreven: ze hebben hun hulp wel eens nodig, maar groeien ook zeer snel. Je zou gerust kunnen stellen dat dit kinderen zijn met mogelijkheden: knappe leerlingen. Toch benoemen ze zichzelf als “helemaal niet zo slim” en “ik weet niet of ik wel een moeilijke richting aankan”.

 

Ze hebben allen een broer of zus die hoogbegaafd is en dat heeft invloed op het gezin. Sylvia Rimm (2008, Davidson Institute for Talent Development) deed onderzoek naar de impact van hoogbegaafdheid op het gezin. Elk kind in het gezin beïnvloedt de andere gezinsleden, het hoogbegaafde kind zet meer druk op de opvoedingsvaardigheden. Dit kind heeft andere noden en vaak wordt er meer ingegrepen bij hoogbegaafdheid: kampjes, begeleiding, studiecoaching, creatieve en cognitief uitdagende activiteiten, … Het onderwerp hoogbegaafdheid is nooit veraf in deze gezinnen. Zoals jij als ouder dagelijks ondervindt: ook de zorg is steeds weer aanwezig. In vele periodes in het opvoeden van je hoogbegaafde kind ben je er 24/7 mee bezig: komt het wel goed?

 

Dit alles heeft invloed op de rest van je gezin. Rimm heeft echter ook positieve woorden voor je: heel wat ouders van hoogbegaafde kinderen gaan daar zeer bewust mee om en vergelijken hun kinderen niet in die mate dat het ene kind als slimmer of beter dan het andere wordt gezien. Waarom voelt je andere kind zich dan alsnog minderwaardig?

 

Kinderen vergelijken zichzelf voortdurend

Het zijn niet de volwassenen in deze die de boosdoener zijn, kinderen vergelijken zichzelf voortdurend. Jonge kinderen aanvankelijk niet, die zien geen verschillen. Maar vanaf de basisschool sluipt dit erin, het komt mee met de ontwikkeling. Dus, ook jouw kind gaat zich vergelijken met zijn begaafde broer of zus. En het kan dus knap lastig worden als jouw kind veel moeite moet doen voor school en redelijke punten en er ondertussen eentje rondhuppelt dat geen boek open doet. Hoeft het nog uitgelegd dat dit onder de kinderen onderling voor spanningen kan zorgen?

 

Mijn broer steekt geen klop uit! En ik maar zwoegen, elke avond weer L
 

Als ze eerlijk is kan Mia haar broer wel “wurgen”. Hij bekijkt zijn woordpakket en hup, hij kan het al. Zij moet alle woorden schrijven en daarbij ook goed opletten. Gelukkig wordt hij ondertussen ook verplicht om huiswerk te màken.

Het is voor je kinderen best wel belangrijk om vooral in te zetten op hard werken en niet enkel te prijzen voor de intellectuele mogelijkheden. Werken moet iedereen, dat maakt je kinderen weer wat meer gelijk. Het kan de spanning tussen hen wat minder maken. Geef je hoogbegaafde kind dus ook steeds wat huiswerk te doen, op zijn of haar maat natuurlijk want anders wordt er weer niet gewerkt.

 

Als je 1 hoogbegaafd kind hebt, dan zijn je andere kinderen het mogelijk ook

Victor kwam na papa en zus in de klas van meneer M. terecht, waarbij op dag 1 al bleek dat er hoge verwachtingen waren. Het blijkt een lastig jaar bij deze leerkracht: Victor kan niet voldoen en voelt zich met de week dommer. De leerkracht begrijpt het niet: hij komt toch uit een zeer begaafd gezin?!

Het klopt dat als je 1 hoogbegaafd kind hebt, je veel kans loopt dat ook je andere kinderen zeer begaafd zijn. Rimm waarschuwt je om daarbij enkel voort te gaan op de schoolprestaties van je kinderen. Hoogbegaafde onderpresteerders vliegen vaak onder de radar en zouden daardoor niet erkend worden.

Daarbij manifesteert hoogbegaafdheid zich niet steeds op dezelfde manier bij iedereen én maken de persoonlijkheidskenmerken ons uniek. Het ene kind zal meer aaibaarheid vertonen, meer geluk hebben met zijn leerkrachten die het aanmoedigen, meer gevoed worden in zijn leergierigheid. Andere haken al snel af, het is niet uitdagend genoeg, ‘ik hoef niets te doen’ wordt ‘ik wil eigenlijk liever niets doen’ doordat het allemaal saai is.

En natuurlijk heb je ook persoonlijke voorkeuren en talenten, de een houdt van wetenschappen terwijl de ander meer interesse vertoont in theater, talen of noem maar op. Blijf als ouder zeker bij elk van je kinderen de kwaliteiten zien en zie het beeld van hoogbegaafdheid ook ruim genoeg. Kinderen zijn heel gevoelig aan jouw verwachtingen: ze willen graag eraan voldoen maar hebben ook wel een eerlijke kans nodig. Als jij dus blijft steken in het beeld dat je kind pas hoogbegaafd is als het 10en haalt, leest op zijn 3e en kan rekenen als de beste… (vul zelf maar aan)

 

Ik voel me minder dan mijn brussen

Alicia durft niet goed te kiezen voor volgend schooljaar: wordt het nu wetenschappen of toch een richting met Latijn? Ze denkt dat ze Latijn niet zal aankunnen, want er wordt haar verteld dat dit voor de slimme kinderen is. Alicia is bij de top 3 van haar klas, maar haar 2 jaar jongere zus zit in haar klas en dat is voor Alicia teken van slim zijn. Zelf beschouwt ze zich niet als zo slim: zij moet werken om er te komen (30 minuten per avond). Haar dagelijkse werktijd voelt voor Alicia als veel aan, want ze is de enige in huis die deze tijd nodig heeft. In overleg met de juf blijkt dat de juf er niet aan twijfelt of Latijn haalbaar is: natuurlijk kan Alicia dat!?

Als ouder is het hoogbegaafd opvoeden uitdagend, maar ook de combinatie met je anderen kinderen in het gezin – of ze nu allemaal hoogbegaafd zijn of niet. Er zijn steeds (grote) verschillen tussen je kinderen. Willem is de jongste van 3, hij is heel creatief en een echte spring in ’t veld. Hij is speels en actief, een typische jongste in de rij – wordt wel eens gezegd. Zijn broers zijn de slimmerds, die volgen alletwee een sterke wiskundige richting. Willem houdt wel van wiskunde, maar niet zozeer van de wetenschappen en al helemaal niet van blokken… Hij doet zijn best om in zo weinig mogelijk tijd klaar te zijn en behaalt aanvaardbare resultaten. Het is vooral een kind dat graag actief bezig is en dat betekent niet dat hij minder capaciteiten zou hebben…

Hierbij ook een warme oproep voor de leerkrachten: elk kind heeft zijn kwaliteiten. Wees voorzichtig met bepaalde richtingen als “zwaarder” en “beter” te benoemen, het gaat erom dat het kind wérkt en dat liefst binnen zijn interessegebied kan doen.

 

Wat kun jij doen als je heel verschillende kinderen in huis hebt?

            Leg de lat niet gelijk, maar wel evenwaardig

Je geeft ze een gelijkaardige opvoeding en toch blijken het allemaal aparte, unieke persoontjes te zijn. Heb aandacht voor de noden van elk kind, kom los van verwachtingen en streef ernaar om elk van je kinderen te laten groeien. Leg de lat dus niet gelijk, maar wel evenwaardig. Besef dat dit normaal is: geen 2 kinderen zijn gelijk.

Bij het atletische kind zet je in op meer competitie, bij je creatieve kind zullen andere normen worden nagestreefd. Inzet is en blijft belangrijker dan winnen. Leer je kinderen om met de groeigedachte om te gaan: groeien is leren, leren is werken. Geef ze mee dat je verlangt dat de inzet er is, ongeacht het resultaat.

 

            Hoogbegaafd is …

Informeer je uitgebreid over de verschillende manifestatievormen van hoogbegaafdheid zodat jij bij elk van je kinderen de talenten en mogelijkheden kan zien. Niets is zwaarder om dragen dan te beseffen dat je ouders jouw mogelijkheden niet zien doordat je een broer of zus hebt die “écht wel” hoogbegaafd is.

 

            Geef elk kind zijn aandachtsmoment

Toen mijn kinderen klein waren, werkte ik dichtbij huis. Het leek handig… snel thuis, weinig tijdverlies en dus meer tijd over om met de kinderen bezig te zijn. Alleen kreeg ik zo geen ruimte om mijn eigen hoofd vrij te maken na een drukke werkdag. Eens ik de voordeur binnenkwam stonden daar 3 soldaatjes op een rij te strijden om de aandacht. Allemaal hadden ze me elke dag weer veel te vertellen. Het was een strijd van jewelste, want er was altijd wel eentje dat niet uitgepraat geraakte waardoor het volgende moest wachten. Na een paar weken heb ik hen voorgesteld dat we dit zouden blijven doen, maar dat er ook per week een eigen moment voor elk kind zou komen. De keuken werd het praathoekje en wanneer de deur dichtging dan betekende dat er eentje privétijd nodig had. Daarnaast kreeg elk kind per maand een namiddag met mama en/of papa alleen.

Het werkte zo goed dat wij dit, nu ze volwassen zijn, nog steeds doen :-)

 

Hartelijke groeten

Tania