Waarom hoogbegaafden piekeren...

January 12, 2017

En wat jij kan doen om hen te helpen

 

K (37) is een piekeraar, altijd al geweest, vertelt zij me. Niets gebeurt zonder zoveel mogelijk opties af te lopen. Uiteraard verloopt het    uiteindelijk alsnog helemaal anders, toch kan ze het niet afzetten. K vraagt hulp om hier in de toekomst op een andere manier mee om te gaan. 

J (7) kan 's avonds niet in slaap geraken, de stemmetjes in zijn hoofd blijven maar doorgaan. Soms doen die stemmetjes hem ook stout zijn, foute antwoorden geven. Is hij wel nog een goede jongen? 

A (21) zou eigenlijk moeten studeren, het is examens... en toch lukt dat maar niet: alles lijkt goed om zich af te leiden van de taak. 

 

Wij zijn allemaal piekeraars, en toch... 

Willen we daar vanaf natuurlijk. Piekeren wordt als negatief ervaren, je gedachten slaan op hol en je wordt er erg onzeker van. Bij hoogbegaafden merk ik in de praktijk dat zij hun ganse trukendoos inzetten om deze lastige gedachten aan de gang te houden. Het is een heftig probleem, zoveel is zeker. Niet alleen voor de persoon zelf, maar ook voor zijn omgeving. Ouders geraken er bezorgd van: is dit nog normaal? 

Deze week wil ik je wat uitleg geven hierover én hoe jij kan helpen. 

 

Ben ik een piekeraar?

Als jong kind kon ik uren in stilte spelen, mijn vader deed nachtwerk en ik was enig kind. Deze 2 factoren leken ervoor te zorgen dat ik letterlijk achter de bank zat te spelen met om het even wat. Mijn fantasie was oeverloos, een blokkendoos voor rekenen (de staafjesdoos van Dudal, wie kent ze nog?) toverde ik om in een familietafereel en bouwde ik een huis. Ik speelde dus eigenlijk letterlijk in mijn hoofd. Het grote voordeel van achter de zetel te spelen was dat mijn bouwsels een paar dagen mochten blijven staan. Ik kon dan ook afwisselen met ander spel en terug inpikken. In mijn hoofd leefde het verder. 

 

Als jongere en later in mijn studietijd bleek die fantasie eerder een nadeel, wat een trukendoos had ik om mezelf af te leiden van de taak! Met goede moed ging ik achter de bureau zitten in mijn kamer, want dat hoorde zo. Ik zag mijn neefje elke moment van de dag achter de boeken kruipen, dus ging ik ook maar proberen. Eerst even de bureau opruimen. Een halfuur later, maagdelijk witte schrijfblok voor mijn neus en allerlei stylo's in verschillende kleuren liggen klaar. Handboek, cursus, klaar dus om te starten. 

 

En dan gebeurde niets... of toch, de buurman kwam thuis met boodschappen. Kom op, terug bij de boeken! Hoe deed de juf dat ook altijd? Hoe ziet studeren eruit in een tv-serie? Ja, zo! Even proberen dus. 

Misschien moet ik iets noteren. Ha, ik kan het best eens lezen en met fluo stift aanduiden wat belangrijk is. De leerkracht zei dat je in kernwoorden moet noteren. Pagina 3 is achter de rug, de hond van de buurvrouw is ontsnapt, waar gaat die naartoe? Moeder is aan het koken, ik ruik bakken en braden. terug naar de orde van de dag! Pagina 4, 5, ... 

 

Oh neen! Ik noteer helemaal niet meer in kernwoorden, ik ben ganse zinnen aan het aanduiden... even terugnemen want dit lijkt toch wel bruikbaarder, ik weet meer wat ik heb gedaan van de laatste pagina's. Ja, ik ga duidelijke meer moeten aanduiden, waarom doen ze dat toch: zo van die foute instructie geven? Enfin, ik doe het wel op mijn manier. 

 

Dit is best interessant, ... "ETEN!"
"Lukt het?" Oei, lukt het? Ik weet het eigenlijk niet. Hoe ver ben ik gevorderd? Ken ik de leerstof? Zal ik op tijd klaar geraken, ga ik snel genoeg vooruit? Een spervuur aan vragen komen op me af, een deel uit mijn moeder maar het grootste deel komt uit mijn eigen hoofd. Misschien moet je jezelf eerst eens toetsen, roept ze me nog na. 

 

Ja, dat is een goed idee! Herstarten is dus eerst even een tussentijdse evaluatie houden en een grote OEF, want ik ken dit eigenlijk best wel goed. Maar ook een JEETJE want ik ga echt heel traag vooruit op deze manier, hoeveel tijd had ik ook weer nodig? Dit gaat het niet worden: ik moet het anders aanpakken. Lezen gaat snel en speel de juf: ik ken dit eigenlijk allemaal al... 

 

Bij het avondeten stelt vader voor om me op te vragen, ik heb een volle dag gestudeerd (ah ja?) en dus zal ik het wel kennen. Rond mijn hart voel ik spanning, ik lijk wel buiten adem als ik boven kom. Het opvragen blijkt geen succes: ik ken er eigenlijk niets van. Tranen, kwaad, terug naar boven maar nu is het te laat om nog te studeren. Wat zal ik doen nog herhalen of slapen of tv kijken? 2 uur later lig ik nog wakker... 

 

Als volwassene ken ik nog vaak slechte nachten, meermaals sta ik op om een verslag af te werken of een to do-lijstje aan te vullen. Gewoon even lezen werkt ook, met een kopje thee erbij. Soms betrap ik mezelf erop dat ik luidop in de auto "iemand" van repliek dien en verhalen die me raken blijven wel eens malen in mijn hoofd. Het valt me op dat dit allemaal vaker voorkomt in tijden van stress en dat ik ook heel rustige, lonende nachten ken. Het verwondert me dan ook niet dat hoogbegaafde studenten net nu veel klachten brengen over piekeren: het is examentijd. 


Maar ook jonge hoogbegaafden kunnen dieper geraakt zijn door een voorval dan we aanvankelijk denken, een schooloverleg bijvoorbeeld kan een jong kind wel stevig beïnvloeden. 

 

Piekeren: waar komt het vandaan? 

Onze gedachten stoppen nooit, ook al zouden we dat heel graag willen aan banden leggen. Willekeurige gedachten, het verwerken van de indrukken van de dag, inzichten krijgen een plaats, verbinding maken en linken leggen. Wie heeft het nog niet meegemaakt dat je midden in de nacht of na een goede nacht ineens denkt: JA, zo is het! Al dit denken kan helpend zijn, maar het is ook knap lastig omdat we op een schema staan. Nachten wakker liggen tot de juiste idee aan je verschijnt kost je wel wat: morgenochtend vroeg op... zou piekeren dan minder een probleem zijn mochten we niet op een tijdschema staan? 

het is wel iets om over na te denken :-) 

 

Nogal wat personen in therapie en begeleiding klagen over het steeds maar malen in hun hoofd, dat het nooit stopt. Ze lijken zich vast te draaien in het gepieker, toch merk in gesprek dat dit gepieker vaak een onderliggend probleem naar boven brengt: wat als dit nooit beter wordt? En dan hebben ze het vaak niet over het denkproces op zich, maar vooral over de inhoud van hun gedachten en de angst die dit met zich meebrengt. 

Als ouder weet ik uit ervaring dat hoogbegaafd opvoeden dit piekeren naar een andere dimensie trekt: je kind komt met nare gedachten, je kind presteert niet naar behoren. Daar lig je van wakker, dit houdt je bezig!

Wat kun jij als ouder doen voor je piekeraar? 

En ineens ook je eigen gepieker aanpakken... 

De onderliggende gedachte bij een ouder waarvan het kind zich lijkt vast te draaien in gepieker is er vaak een vanuit grote bezorgdheid. Dit hoor ik: 

Mijn kind is ongelukkig (en dat maakt mij super bezorgd). 

Help ik mijn kind door tegemoet te komen aan zijn vraag: houd me even thuis? 

Het lijkt wel of er alleen maar gepiekerd wordt, eigenlijk zou hij/zij nu moeten studeren... 

 

Luister naar je kind

Openlijk en actief luisteren is een vaardigheid die best wel wat energie vergt. Je kind vertelt je echter heel veel en daarbij kan het dus al helpend zijn dat jij openstaat voor de gedachten die naar boven komen. Op zich is het een zeer mooi teken dat je kind jou vertrouwt en een goede band heeft met jou. Daarbij hoort het bij het leven dat we regelmatig bedenkingen hebben, ongerustheden naar boven komen en dat we die willen delen. 

Als ouder is het handig als je deze gedachten en zieleroerselen ook kan laten komen, kan opvangen en kan duiden. Het biedt je kind rust: oef, er wordt geluisterd naar mij. 

 

Niet mee in de paniekboot

Natuurlijk besef ik dat het niet altijd eenvoudig is je eigen angsten en bezorgdheden daarbij in te tomen. En toch... je kind heeft er geen boodschap aan dat jij in paniek gaat. Houd het rustig, het luisteren en het verhaal kunnen delen maken dat je kind er al heel wat rustiger van wordt. Een ouder die schrikt doet het kind mee schrikken: OEI, zij weten het ook niet... (help?!)

Je doet dit helemaal niet bewust, het gaat vanzelf: je kind komt bij je met een probleem (ik voel met niet gelukkig, ik kan niet studeren) en jij schiet in de versnelling. Wat kun je doen?

  • Luisteren, aanhoor het probl