Mijn verhaal, mijn methode

March 2, 2017

Moeder – coach – psychotherapeut – auteur – inspirator – motivator – zorger – organisator –
achiever – ex-onderpresteerder – teamleader

 

Het zijn enkele woorden waarmee ik mezelf kan omschrijven.  Ze hebben elk hun eigen betekenis, een aantal kreeg ik van mensen waarmee ik werk. Mijn team in het vormingswerk noemde me ooit “de moederkloek” en dat bleek heel dubbel te zijn, zowel voor mij als voor hen. Want een moeder is er om je te steunen en er gewoonweg te zijn voor jou, maar het is ook een figuur waartegen je je afzet en iemand waarnaar je opkijkt. Destijds vond ik dat laatste een uitdaging, ik wilde me zo gelijkwaardig mogelijk opstellen en tussen hen blijven staan. Ik leerde eruit dat mijn rol op een ander niveau ligt en als ik wil leiden ik dat ook met volle overgave moet doen. Toen ik volop koos voor het ondernemerschap heb ik mezelf dan ook tot doel gesteld om het onderpresteren voorgoed op te bergen. Gedaan met me in te houden, genoeg aangepast, vanaf toen staat alles in teken van durven te zijn wie ik ben en dat voelt goed.

 

Vooraleer ik dit punt kon bereiken en mezelf kon outen als achiever heb ik een hele weg afgelegd, als persoon maar ook als moeder van 3 zeer getalenteerde kinderen. Ik gids je graag door mijn verhaal, maak kennis met mijn gezin en onze verwezenlijking.

 

Terug naar 1990

Mijn hart telt 5 kinderen, mijn gezin toont er 3. In 1990 beviel ik na een zwangerschap van 28 weken van een tweeling. Ik was levensbedreigend ziek, er werd gekozen om de kinderen te halen. Ik leefde mijn toen meest intense weken vol spanning, ongerustheid en afwachten wanneer er nieuws zou komen.  We genoten goede zorgen, iedereen deed wat hij kon. In de vroege ochtend van dag 7 na de geboorte van onze kindjes was er commotie op de gang, na wat aarzeling kwam de verpleegster toch binnen: we werden dringend op neonatologie verwacht. Enkele ogenblikken later kregen we het verpletterende nieuws dat ons dochtertje na een helse strijd daarnet was overleden. De tijd stond stil, de wereld ook.

 

Soms hoor je dat mensen dit als in een soort van trance doormaken, maar bij mij was het net omgekeerd. Hyperbewust beleefde ik de volgende uren en dagen. Op vandaag kan ik deze herinneringen herbeleven alsof ik het in het hier-en-nu meemaak. In het begin was er shock en wilde ik niet meer vooruit. De verpleegsters wezen me erop dat ik nog een kind had en dat ze er alles aan deden om dat zo te houden. We gingen zo vaak we konden bij ons zoontje langs. Op zaterdag werd ik ontslagen uit het ziekenhuis,  maar op zondagochtend waren we alweer terug. Na een woelige nacht waarin de arts me verschillende keren contacteerde, kregen wij om 6u opnieuw hartbrekend nieuws. We reden ineens naar Leuven en namen samen met familie afscheid van ons zoontje. Ons neefje van 3 hield mijn man zijn hand vast, we voelden de steun van iedereen maar ervoeren vooral leegte. Toch vond ik in deze dagen kracht, in mijn herinneringen en uit gesprekken met de artsen en verpleegsters kwam naar voren dat beide baby’s niet alleen veel hadden gestreden maar dat zij ook opmerkelijke momenten hadden beleefd. Ze werden omschreven als wakkere baby’s die zich niet zomaar lieten doen, een pamper vond onze zoon niet fijn en dat was dus wrikken tot die weg was. Elke keer weer. Het deed deugd om deze verhalen te horen, het zette me ook aan het denken: ik moest en zou deze herinneringen koesteren.

 

Deze levensgebeurtenis heeft mij gevormd als persoon en het moederschap kreeg een nieuwe dimensie: angst en ongerustheid, maar ook trots en de erkenning dat deze premature baby’s een heel eigen persoontje waren geweest. Als ik er nu op terugblik, dan wist ik toen al dat mijn volgende kinderen speciale aandacht zouden vragen en krijgen. Toch kon ik toen niet naar waarde inschatten wat dit zou gaan betekenen.

 

1991, 1992, 1995

Een jaar en 3 maanden na de geboorte van onze tweeling kregen wij een zoon. Geboren na 39 weken zwangerschap en veel ongerustheid. Ik leefde van week naar week, ademde iets vrijer toen we over de kaap van 28 weken gingen. Mijn gynaecoloog leefde mee en supporterde, ik was alvast een van de weinige zwangere moeders die niet zat af te tellen maar eerder de dagen optelde: nog een erbij!

 

16 maanden na onze zoon kregen we een dochter en nog eens 2,5 jaar later nog een dochter. Ook deze zwangerschappen waren een beetje spannend, want onze dochters maakten hun weg vrij vroeg. Ik volhardde echter in mijn doelstelling: geen geboorten voor 38 weken. 

 

Van bal, sokje en baby naar oranje en paars

Bij de opvoeding van je oudste kun je niet vergelijken, er is maar dit ene kind als norm. Je stemt af op je kind: wat vindt hij fijn, wat brengt rust en waar zullen we op letten. Zo was het ook bij ons, in onze beleving waren wij een normaal gezin en deden wij wat andere ouders doen: inspelen op de groeivraag van ons kind. Dat wij boekjes voorlazen en dat onze baby daar rustig van werd, wij vonden het normaal. Ik las wel nergens in de vele tijdschriften iets hierover, wel over lactosevrije voeding en allergieën. Ik zag ook wel eens een artikel langskomen over huilbaby’s en late kruipers, over moeilijke eters en zeer gevoelige kindjes. Niets over baby’s die tv kijken en met je in communicatie gaan en lijken te begrijpen dat je soms echt een beetje moet wachten op de fles tot mama de warmte gecheckt heeft. Ons kind hield van interactie maar ook gewoon van rondkijken naar de wereld rondom hem. Hij werd geprezen omdat hij zo een flinke baby was.

 

Onze kleuters gedroegen zich voorbeeldig, buitenshuis. Thuis was het kunst en vliegwerk, ik had handen en voeten tekort en kreeg niets gedaan in het huishouden. Van vriendinnen hoorde ik dat dit erbij hoorde, 2 kinderen onder de 3 jaar. Onze dochter maakte een heel krachtige neen-periode door, maar ook daarin werd ik gesust. En ondertussen taterden wij maar door, alles werd benoemd. Tegen de tijd dat onze zoon 3 jaar was wisten we dat hij een ontwikkelingsvoorsprong had en begonnen we zijn gedrag ook beter naar waarde te schatten. Onze dochter vertoonde duidelijk ook heel wat kenmerken van ontwikkelingsvoorsprong, daar stelden we ons dus geen vragen bij. Maar toen onze jongste als peuter de kleuren oranje en paars ging benoemen, hebben we wel een zucht geslagen: nog een. Tegen die tijd was onze zoon 5 en wisten we wat een zorg dit met zich meebracht.

 

De kracht van jezelf mogen zijn

Het bleken 3 heel verschillende kinderen te zijn met elk hun specifieke behoeften. Zonder overpeinzing ben ik hier als ouder in meegegroeid, wel vaak met de handen in het haar en frequente slapeloze nachten. Dé rode draad doorheen de voorbije 27 jaar is alvast deze: niet te ver vooruitkijken en –denken, stapje voor stapje maar vooral ook ervoor blijven gaan en volhouden. Ik heb steeds geloofd in de capaciteiten van mijn kinderen, ook in moeilijke momenten waarin ik veel tegenkanting kreeg van de buitenwereld. Heb ik getwijfeld? Ik denk het wel, maar dit zette mijn probleemoplossend vermogen in actie en ik bedacht nieuwe mogelijkheden en contexten voor mijn gezin om verder te kunnen groeien.

 

Mijn doel in het opvoeden was dat mijn kinderen elk met hun eigen behoeften een mooi leven tegemoet zouden kunnen wandelen. Dat ze hun talenten zouden ontdekken en tot ontplooiing brengen. Dat het mooie mensen zouden worden die met 2 benen in de wereld staan. Op vandaag kan ik je met veel trots zeggen: ik ben in mijn doel geslaagd. Ik deel graag mijn methode met je, opdat ik jou – ouder van een hoogbegaafd kind – kan inspireren en kracht kan geven om door te zetten en te blijven ervoor gaan.

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Uitgelichte berichten