Het probleem van de Executieve Functies

May 4, 2017

Creatively Gifted, ik wou dat ik het 15 jaar geleden had geweten. Onze jongste kreeg de diagnose ADHD, ze vertoonde destijds alle kenmerken dus toen klopte het echt wel. Als deskundige in psycho-educatie en begeleiding bij ADHD merk ik dat zij op vandaag maar deel van de kenmerken meer vertoont. Het lijkt wel of ze eruit is gegroeid, ze heeft wel nog steeds bakken energie en kan emotioneel alle kanten opgaan. Sommige dagen twijfel je niet: het klopt! Op andere dagen… Ze is namelijk een meesteres in het plannen en organiseren, kan uren doorgaan in flow en heel veel balletjes tegelijk in de lucht houden. Hier is dus meer aan de hand, naast de ADHD.

 

2 weken geleden was ik op congres in Nederland waar ik James Webb heb gezien en gesproken. Dubbeldiagnoses komen vaak voor bij hoogbegaafde kinderen, soms in bepaalde fasen in hun leven. De kenmerken verdwijnen wat naar de achtergrond, het leervermogen van deze kinderen en jongeren is zo groot dat het in de volwassenheid vaak minder prominent aanwezig is. Deze week verblijf in in de VS en op mijn eerste dag stond een congres gepland, ook daar ging het over ADHD. Het staat dus duidelijk op mijn agenda dezer weken.

ADHD = EFDD (executive functions deficit disorder)

Russell Barkley is deskundige in het onderzoek naar ADHD en Executieve Functies. Hij bracht een aantal rake denkpistes aan, zoals de vraag of we bij ADHD niet eerder moeten spreken over een probleem met de Executieve Functies. Dit hoorde ik graag binnenkomen. Hier volgt een beschrijving van wat dit eigenlijk allemaal betekent.

Het probleem van de executieve functies toont zich op schools vlak bij het plannen en organiseren, bij emotieregulatie, het focussen op de taak en het werktempo. Kinderen met een probleem van de executieve functies vinden het fijn dat extra structuur wordt aangeboden, ze krijgen graag zoveel mogelijk de leerstof aangeleverd en noteren liefst zo weinig mogelijk omdat het hen heel veel moeite kost om verschillende uitvoerende taken (bvb. luisteren, schrijven en nadenken) te combineren. Dit kan zich uiten in frustratiegedrag dat naar buiten wordt getoond, maar evenzeer is het mogelijk dat kinderen hun frustratie aan de binnenkant opkroppen. Deze kinderen vertonen aangepast gedrag in de klas maar worden vaak thuis als uitdagend ervaren.

In combinatie met hogere intellectuele capaciteiten vertaalt dit probleem zich vaak ook in moeite ervaren bij het leren. Doordat de Butler meer tijd nodig heeft om op te starten dan wel door te starten, duurt het langer dan verwacht eer het kind een antwoord kan formuleren – ook bij gekende leerstof. Dit doet