Domme fouten en andere pijnlijke uitspraken

January 24, 2018

5 tips om deze fout niet meer te maken

(als leerkracht, als ouder)

 

Maak jij het ook wel eens mee dat je kind thuiskomt met een opmerking die hard is binnengekomen maar wel goedbedoeld werd? Wat kun je beter doen?

Een paar goede vuistregels kunnen je hierbij helpen. Ik heb er 5 voor je opgelijst.

 

Goedbedoelde (?) feedback die verkeerd aankomt, een paar voorbeelden:

  • “Jij kan beter!”

  • “Harder werken volgende keer!”

  • “Dit zijn toch wel gemakkelijke opdrachten!”

  • “Ik had meer verwacht van jou, herpak je!”

  • “Dit zijn toch domme fouten?!”

Het zijn opmerkingen die we wel eens te verwerken krijgen, of zelfs zelf in de mond nemen. Je kind kan zich erg gekwetst voelen door deze boodschappen. En het helpt echt niet vooruit om je hierin ook nog mee kwaad te maken (op je kind, op de leerkracht). Wat je wel doet lees je verder, met een paar echte pareltjes uit de monden van leerkrachten.

 

 

“Ik ben dom”

Een leerkracht stelt een toets samen uit een aantal vragen en opdrachten. In deze keuze zitten een gemakkelijke en moeilijkere opdrachten door elkaar, in de bedoeling om wat evenwicht na te streven. Dat is een goede insteek, toch merken we in de praktijk dat de verwachtingen vaak anders liggen dan de uitkomst. Zo zou je zuivere kennisvragen als zeer gemakkelijk kunnen beschouwen: het is enkel studiewerk en rechtlijnig.

 

Waarschijnlijk werden deze opdrachten ook in de les behandeld. “Deze oefeningen werden aangereikt, geoefend en zelfs ingelepeld,” zo vertelt een leerkracht me. De betrokken leerling kon het in de les ook heel vlot wat maakt dat de verwachtingen naar de toets de lucht in gaan. Niets abnormaal, als de leerling vlot is dan verwachten we dat die het ook beheerst. Zeker als er ook nog eens oefentijd en studie werd ingezet. En toch…

 

Op de toets worden aandachtsfouten gemaakt, bij wiskunde bijvoorbeeld wordt al eens een min-teken vergeten of de cijfers staan niet netjes onder elkaar bij het cijferen. De strategie wordt wel toegepast, maar doordat het allemaal niet zo rechtlijnig verloopt zien we dat de uitkomst alsnog verkeerd is. Als het dan ook nog gaat om een opdracht waarbij leerkracht de beleving heeft dat dit echt niet moeilijk is, dan komt het wel eens voor dat het kind opmerkingen krijgt.

 

Ooit had ik een leerling die samen met mij een toets had voorbereid, het ging om heel wat definities en dat kostte best veel energie om gestudeerd te krijgen. Doordat deze leerling zoveel stress had, spraken we af om dit even na de toets te bespreken. Op mijn vraag of het gemakkelijk was gegaan, kreeg ik volgende antwoord: “eigenlijk snapte ik niet zo goed wat ze vroeg, ik had precies iets anders gestudeerd.”

 

Bleek dat de toets vooral bestond uit: “wat is…” en “leg uit”. Mijn leerling had niet de link gelegd dat hier eigenlijk de definities werden gevraagd. Je kan het resultaat al raden. En de verontwaardiging was groot toen de leerling bij de feedback alle antwoorden zo uit de mouw schudde. De leerkracht vroeg me hoe dat kon?!

 

Destijds had ik een leerling die voor wiskunde (5e sec) een remediëringsschrift kreeg. Op het overleg bleek dit maagdelijk wit te blijven na ettelijke weken. De leerkracht maakte zich kwaad, wilde graag weten wat ik deed in de studiecoaching. Geen wiskunde oefeningen uitleggen, zoveel is zeker. De leerling kwam tussen op kousenvoeten: “ik weet niet wat ik daarin moet schrijven.” Die bleek ook niet te weten welke oefeningen verwacht werden, noch dat er een samenvatting van de theorie moest gemaakt worden. Nooit tevoren was dit nodig geweest, het lukte om oefeningen in het hoofd op te zeggen.

 

In het vele werken met leerkrachten in de trainingen komen deze vragen regelmatig naar voren. Ouders reageren gekwetst in naam van hun kind. Het kind zelf voelt zich dom en benoemt dat ook. Dit is niet de bedoeling, noch van de leerkracht en al zeker niet van de ouder.

 

1. Woorden hebben impact

Groei stimuleren werkt alvast niet als je harde, definitieve uitspraken doet over de resultaten. Hoogbegaafde kinderen pikken deze commentaren op als zeer kwetsend.

De toets is ook voorbij, geen kans meer dus om het te hernemen.

 

Als je je nek uitsteekt, wat je doet als je een toets aflegt, dan stel je je heel kwetsbaar op.

Je wordt beoordeeld op je prestatie. Het is dus altijd spannend (bij sommigen heel erg spannend) om de punten terug te krijgen. Als je prestatie ondermaats is, dan komt dat op zich al hard binnen. Een leerling laat dat natuurlijk niet zien, die zit in een klasgroep en wil vaak de emoties niet laten opmerken. Punten spreken vaak al voor zich, een extra boodschap die dat nog eens in de verf zet. Ik hoeft het niet verder uit te leggen, vermoed ik.

 

Een cijfer en/of een commentaar dat dit verantwoordt, het zal echt geen verandering brengen. Het kan eigenlijk alleen maar kwetsen. Beter is het om daar ook een groeiboodschap van te maken (zie 2).

 

2. Falen of is het een leerkans?

Als ouder schrik je soms nog meer van een negatief cijfer dan je kind. In je hoofd loop je weken tot jaren vooruit en zie je dit niet positief aflopen. Je wil het beste voor je kind, je wil dat het goede punten haalt en daarmee ook een toekomst met vele kansen.